Waarom we moeten inregelen

14-09-2018

Waarom we moeten inregelen Pro

Woningen worden steeds beter geïsoleerd, waardoor Nederland op lagere temperaturen kan gaan stoken. Maar de meeste verwarmingsinstallaties zijn niet waterzijdig ingeregeld. Dat kan leiden tot comfortklachten. Bij een juiste balans tussen toestel, pomp en afgiftesysteem kan bovendien nog extra bespaard worden op energie. Win-win dus voor zowel eindgebruiker als installateur.

Rendementwinst

Een hr-ketel rendeert het best bij zo laag mogelijke belasting en retourtemperatuur. Condensatie van verbrandingsgassen treedt namelijk pas op onder ca. 55 °C. Hoe lager de retourtemperatuur, des te hoger het rendement. Dit kan tot maximaal 10 procent rendementwinst opleveren. Daarnaast houdt de ketel van een lekkere doorstroming die is afgesteld op het te leveren vermogen. Een Delta t tussen aanvoer en retour van ongeveer 20 K bij vol vermogen, is ideaal.

Warmtepompen zijn veel gevoeliger voor een niet goed inregelde installatie. Kost het bij een cv-toestel maximaal 10 procent aan rendement, bij een warmtepomp zal het verlies veel hoger oplopen. Over het hele werkgebied van de warmtepomp kost 1 graad temperatuurverhoging van het retourwater tussen de 2 en 4% aan rendement. 20 graden verhoging van de retourtemperatuur kost dus 20 tot 40 % aan rendement! In extreme gevallen schakelt de warmtepomp zelfs uit en wordt het elektrische element ingeschakeld. Als dan de energierekening op de mat valt, heb je wel wat uit te leggen aan de eindgebruiker

Comfortproblemen

Een niet goed ingeregelde installatie levert niet de laagste retourtemperatuur. Water neemt de weg van de minste weerstand. In het meest extreme geval zal het via een dichtbij geplaatste en geheel openstaande radiator met weinig weerstand rechtstreeks, dus op bijna aanvoertemperatuur, terugstromen naar het cv-toestel. Verder weg geplaatste radiatoren, met meer weerstand, krijgen te weinig water waardoor de ruimte niet op temperatuur komt. De moderne modulerende HR-ketel zal daarop reageren door het terugnemen van zijn brander- en pompvermogen. In het ergste geval gaat hij gewoon uit of zal pendelgedrag gaan vertonen door de hele dag aan/uit te schakelen. Hij kan zijn vermogen immers niet kwijt, terwijl de kamerthermostaat blijft vragen.

Het zal duidelijk zijn dat dit ten koste gaat van levensduur, het rendement, het comfort en dus ook ten koste van de portemonnee en het milieu.

Een ander veel gehoorde klacht is dat de verkeerde ruimtes het snelst warm worden, en bijvoorbeeld de woonkamer –waar de thermostaat hangt- niet. Het gebrek aan balans kan ook voor zorgen dat er een te hoog volume door de radiatoren gaat. Dit kan bijvoorbeeld irritant geluid tot gevolg hebben. Wanneer bewoners aan de thermostaatknoppen gaan draaien, kan het drukverschil ervoor zorgen dat de disbalans alleen maar groter wordt, en de klant in een vicieuze cirkel van comfortklachten terecht komt. Bij hoogbouw blijkt vaak dat de hoger gelegen appartementen minder warmte ontvangen dan de woningen die dicht bij de warmteopwekker zijn gesitueerd.

Wat blijkt in de praktijk?

De monteur komt ter plekke na een koudeklacht. In plaats van waterzijdig in te regelen wordt in veel gevallen de aanvoertemperatuur verhoogd, of de pomp wordt anders ingesteld – op vol vermogen – zodat de laatste radiator wel mee doet in het systeem. Maatregelen die er niet voor gaan zorgen dat de eindgebruiker gaat besparen op zijn energierekening; het effect van hoog rendement (HR!) verdwijnt en de gasrekening loopt op. Deze maatregelen lossen misschien wel een klacht op, maar niet de oorzaak.

In aantal stappen naar meer balans

Balans tussen opwekker en afgifte bereik je door goed in kaart te brengen wat de verwarmingsbehoefte per ruimte is. Dat bereik je door achtereenvolgens de ontwerptemperatuur in de vertrekken vast te stellen, een warmteverliesberekening te maken, het afgiftesysteem te bepalen, en de leidingdiameters te ontwerpen of in kaart te brengen. Wanneer de temperatuurregeling is bepaald, kan de installatie worden ingeregeld en het vermogen van de cv-ketel in balans worden gebracht met de installatie.

Apps en tools

Om de juiste debiet en vermogen per radiator te berekenen zijn handige apps op de markt. Afhankelijk van het toegepaste fabricaat afsluiter kan met behulp van een standentabel bepaald worden hoe de radiatorthermostaat ingesteld moet worden voor het beste resultaat. Er zijn verschillende methodes om dit te doen, bijvoorbeeld statisch met een klassieke thermostaatkraan of dynamisch met een drukcompenserende regelaar. En ga je vloerverwarming aanleggen, gebruik dan altijd een legplan en regel de groepen goed in aan de hand van dat legplan.

Laagdrempelig

Waterzijdig inregelen is een compacte dienst die eigenlijk standaard tot het dienstenpakket van een installateur moet behoren. Het geeft niet alleen onderscheidende waarde in de markt, het verhoogt niet alleen de omzet bij ketelvervanging, maar het zorgt er vooral voor dat klanten comfort krijgen. En ja, dat betekent soms dat een klant moet investeren in appendages of een radiator. En ja, dit betekent dat een monteur hierover kennis moet hebben. Maar inregelen levert een rendementwinst op van 10 procent. En dan hebben het nog niet eens over de lagere onderhoudskosten. De praktijk leert dat de investering zich binnen twee jaar heeft terugverdiend in gasverbruik, en daar komt het hogere comfort nog bij. En een tevreden klant, dat is het grootste goud voor elke vakman.

Nefit Bosch

Auteur / schrijver bij Nefit Bosch

Nefit Bosch Man met logo 250x250